Hoe een plekje langs het meer, jaren terug al, ons hart stal – en weer deed – in Australië
Toen we trouwden, tekenden we op de dag ervoor, voor ons eerste huis samen. Dat was de eerste, een seriebouw huis, maar de drang om daar écht iets van onszelf van te maken was gelijk al groot. Die bouwlust en het verlangen naar een eigen interieur, dat als thuis voelt – die drang om samen iets te maken — die hebben we nooit verloren.
Na tien jaar daar kregen we “kriebels”. Ook al hadden we echt een hele fijne plek, we wouden nieuwe ervaringen, de wereld zien, meer leren. “Er moet toch meer zijn dan dit..” Ook voor onze twee jonge dochters. We waren helemaal klaar voor iets nieuws.
En dus verhuisden we naar Australië! Ach ja, waarom dan niet maar gelijk naar de andere kant van de wereld?
We verkochten het huis in Nederland en gaven onszelf twee jaar om het te ervaren. We huurden in eerste instantie een huis en keken veel rond. We vonden een fijne school en vlak daarbij een zeer oud huis met mooi wat grond – we wisten gelijk dat we hier van alles mee zouden willen doen. En zo “landden” we op Seaview Road. Een huis met kapotte dakgoten, geen centrale verwarming, een airco in één ruimte. Genoeg te doen en de kans om al mijn design ideeën door te voeren en een mooi gestyled interieur neer te zetten. Trouwens, die twee jaar waren eigenlijk zomaar voorbij en over langer blijven hebben we het eigenlijk niet uitgebreid gehad.
We begonnen na een paar jaar met het proces om de grond in tweeën te verdelen. Het plan was een nieuw huis te bouwen op het ene deel terwijl we in het oude huis, op het andere deel, bleven wonen en dan daarna dat huis opknappen. Project ontwikkeling was een nieuwe stap. We hadden het goed bedacht, maar zo simpel was het helaas niet. Het liep dan ook allemaal anders. Het duurde 8,5 jaar voor het tweede huis gebouwd kon worden! Plannen maken, juridisch advies, gemeente overleg, wachten, veranderingen, doorvechten voor het opsplitsen van de grond, weer veranderingen, rechtszaak door de gemeente, toch doorzetten. Het kostte veel energie en aanpassingsvermogen. We moesten uiteindelijk eerst het tweede huis bouwen, daarna konden we de grond splitsen en dan pas mochten de huizen verkocht worden. We namen best wel risico’s. Ons plan om in het oude huis te blijven veranderde en we huurden tijdelijk ergens anders. Na bijna 10 jaar stonden er twee huizen, en werd de splitsing officieel. Het oude huis was snel verkocht. In het nieuwe woonden we uiteindelijk maar ruim een jaar.
Dat huis noemden we “Seaview Haven”. Het was een achteraf plek van de weg, omringd door andere huizen. Wij maakten er een “private sanctuary” van, een plek die rust en een thuisgevoel gaf. Over “Seaview Haven”, en bouwen in Australië, vertel ik een andere keer meer.
Want al na zo’n 8 jaar in Australië groeide ook een andere wens — één die steeds luider werd. We wilden wel terug naar Nederland. Onder andere door het hele bouwproces, maar ook omdat de meiden daar hun highschool wouden afmaken, werd het pas jaren later. Maar door de start van de Coronatijd ging het opeens toch weer héél snel.
Toen wouden we weer zijn bij onze meiden (die inmiddels in Nederland studeerden), naar onze families en vrienden, terug naar Heerenveen, ons vertrouwde thuis. We keken rond, dachten na, droomden hardop. Wat wilden we eigenlijk? We houden allebei van: natuur, ruimte, privacy en vrijheid. Het liefst in een dorp waar mensen elkaar kennen en waar wat georganiseerd wordt, waardoor er verbinding is. Plus Heerenveen centrum binnen een kwartier bereiken op de fiets – zelfs terug naar huis in het donker na de kroeg.
We maakten een wensenlijstje. We keken. We vonden niks. We bleven zoeken. En toen, op een vrijdagavond, werd ik wakker om een uur of vier ’s nachts.
Niet kunnen slapen, telefoon gepakt, Facebook geopend. Zomaar. En het eerste wat ik zag — het allereerste — was een plekje dat we al járen kenden. Een plek waar we vroeger met onze kleine kinderen achterlangs wandelden, langs het meer of om te kijken bij de lammetjes van wat nu onze buurman is. Een plek die we altijd al bijzonder vonden, waarvan we droomden “als we toch daar zouden kunnen wonen..”
Het stond te koop!
Ik maakte midden in de nacht René wakker.. kijk eens hier!! Klaar wakker bleven we kijken en praten. Maar we twijfelden, hoe gaan we dit regelen als we ons huis in Australië nog niet verkocht hebben? Het is eigenlijk net te vroeg. Maar we keken nog eens. En we waren gelijk verliefd. Zo verliefd dat twijfel eigenlijk geen kans meer maakte.
We deden een bod. En het was ons gegund!
Zo begon het. Dit magische plekje aan het meer, met al zijn mogelijkheden en uitdagingen, werd van ons. En met dat plekje begonnen ook de plannen voor een nieuw huis — ons nieuwe thuis – terug in Friesland.